Eerste Hoofdstuk

Om een idee te krijgen van het boek, hier een deel van het eerste hoofdstuk:

1. Voor u aan een pup begint

U overweegt om een hondje aan te schaffen. Bedenk u dat een kleine hond wel 14 tot 17 jaar kan worden. Over het algemeen geldt, hoe groter de hond, hoe minder oud hij wordt.

Om zoveel jaren een leuke en gezellige huishond te hebben is het wel belangrijk dat de hond bij u past. Het is daarom verstandig om een ras of kruising uit te zoeken die past bij de levensstijl van u en uw gezin. Bekijk de honden in het echt, ga verschillende fokkers langs en informeer bij mensen die al een hond van hetzelfde ras of kruising hebben.

Daarna is het belangrijk dat uw hondje een karakter heeft wat bij u past.  Bent u zelf een actief type, dan is een terughoudend hondje waarschijnlijk niets voor u en omgekeerd.

Uit de Praktijk:

Op internet had ik het ras van mijn dromen gevonden. Hij zag er niet alleen prachtig uit, hij had ook nog een super karakter. Hij voldeed eigenlijk aan al mijn eisen die ik stelde aan hond. Het alleen zijn is lastig bij deze honden, maar ik was in de positie dat de hond  altijd mee zou kunnen. Ik had via internet andere eigenaren ontmoet en goede verhalen gehoord. Toen ben ik mee gegaan op een forumwandeling, en dat viel tegen! De honden waren eigenlijk allemaal erg nerveus en blafte erg, geen val allen, jong of oud, konden los van de lijn lopen. De frustratie liep daardoor erg op en de honden vielen ook uit naar elkaar. Ik ben daarna nog eens gaan kijken bij eigenaren van deze honden, maar het gevoel was er gewoon niet. Ik ben helemaal van dit ras afgestapt en ben blij dat ik eerst een aantal honden in het echt heb ontmoet!

Raadpleeg altijd de rasvereniging

1.1 Een goede fokker kiezen

Bedenk u dat de eerste socialisatieperiode van uw hondje al begint op de leeftijd van 4 weken! Deze eerste socialisatieperiode duurt tot ongeveer twaalf weken. Een belangrijke periode van de socialisatie brengt uw hondje dus door bij de fokker. Een goede fokker, met oog voor de hondjes en hun gedrag is dus van groot belang.

Alles wat uw hondje deze eerste twaalf weken meemaakt, en dit later nog regelmatig tegen komt, zal hij gaan beschouwen als normaal. Belangrijk is dat de fokker de hondjes in huis op laat groeien, in de woonkamer. Zo krijgen de hondjes al heel veel dagelijkse huiselijke geluiden mee, zoals stofzuigen, geluid van de deurbel, de televisie enzovoorts. Heeft u zelf katten? Of heeft u kinderen? Zoek dan bij voorkeur een fokker uit die zelf ook kinderen heeft, of katten, of knaagdieren.

Alles wat de pups zien en meemaken bij de fokker aan verschillende soorten dieren zullen ze later niet als prooidier zien. Ze moeten dan wel echt interactie met de dieren hebben. Bedenk ook dat een pup het konijn binnen niet als prooidier zal zien, maar later buiten in het bos, wegrennend door hoog gras, deze wel als prooidier kan beschouwen, zijn instinct komt dan naar boven.

Let er ook op dat de hondjes beschikking hebben over allerlei soorten speelgoed. Uit onderzoek is gebleken dat hondjes die tussen de zesde en zevende week over verschillende speeltjes beschikken gezonder opgroeien en minder probleemgedrag vertonen dan pups die in deze periode geen speeltjes tot hun beschikking hadden.

De moeder van de pups speelt ook een zeer belangrijke rol in de opvoeding van de pups. Zij leert ze bijvoorbeeld de hondentaal en laat weten wanneer ze te hard bijten. Ook de broertjes en zusjes van uw pup hebben een zeer belangrijke rol. Door te spelen met elkaar en met hun moeder leren ze wat pijn doet en hoe je een andere hond kan stoppen als je zelf pijn voelt. Koop dus nooit een pupje waarvan de moeder niet bij het nest aanwezig is.

Deze basis die de hondjes van de fokker, hun moeder en hun nestgenootjes meekrijgen kan nooit meer overgedaan worden. De indrukken die hier worden opgedaan zijn letterlijk van levensbelang voor de hond. Het uitkiezen van een verantwoorde fokker is daarom een zeer belangrijk begin om een lieve, betrouwbare huisgenoot te krijgen.

1.2 De groei- en leerfasen van een hond

Uw hond gaat een aantal fasen door in zijn leven. Vooral het eerste jaar groeit en leert uw hond veel. Hier leest u welke fasen uw hond doorgaat en waar u dan op moet letten.

1.2.1 De neonatale fase

De neonatale fase van de pups omvat de eerste twee weken na de geboorte. De pups zijn doof en blind, maar vinden hun moeder op basis van haar geur, tast en warmt. Samen met smaak zijn dit de enige zintuigen waar zij deze twee weken gebruik van maken. De pups kunnen piepen en een beetje kruipen.

De pups kunnen zichzelf nog niet goed op temperatuur houden, daarom is een warmtelamp vaak nodig. De fokker moet de temperatuur van de omgeving en van de pups goed in de gaten houden.

Uit onderzoek is gebleken dat als de hondjes op deze leeftijd milde prikkels ontvangen ze later uitgroeien tot stabielere en leergierigere honden, dan hondjes die deze milde prikkels niet hebben ontvangen. Hier weer eens het belang van een goede fokker onderstreept.

Milde prikkels zijn bijvoorbeeld zachtjes geaaid worden, het laten voelen van verschillende structuren en het zachtjes tegen ze praten.

1.2.2 De overgangsfase

De overgangsfase vindt plaats van ongeveer de twaalfde dag na de geboorte tot ongeveer drie tot vier weken na de geboorte. De eerste grote overgang is het openen van de ogen rond de twaalfde dag na de geboorte. Nu kunnen de hondjes ook zien. Eerst onscherp, later steeds scherper.

Ongeveer op de vijftiende dag hebben alle pups de ogen geopend. Vanaf ongeveer de negentiende dag na de geboorte gaan ook de gehoorgangen van de pups open, ze kunnen nu ook horen. Pups rond deze leeftijd geven duidelijk de voorkeur aan wat zachtere geluiden. Van harde geluiden kunnen de pups erg schrikken.

Wat tijdens deze fase ook heel belangrijk is, is de binding die de pup opbouwt. De pup begint zich bewust te binden aan de moeder en aan broertjes en zusjes. De pups kiezen duidelijk voor de warmte en veiligheid van het nest. Pups beginnen in deze fase ook heel langzaam met het spelen met hun broertjes en zusjes. Alles gaat nog heel langzaam, maar met de bek bijten ze al in hun nestgenootjes.  Een spel duurt vaak ook maar enkele seconden.

Rond de vijftiende dag gaan de pups ook echt lopen. Pups die op deze leeftijd nog niet op hun pootjes kunnen staan, moeten direct nagekeken worden door een dierenarts, het kan zijn dat zij leiden aan het zogenoemde ‘zwemmerssyndroom’. De pootjes kunnen het lijfje dan niet dragen en hiervoor moet snel een oplossing gevonden worden.



1.2.3 De primaire socialisatieperiode

De eerste socialisatieperiode is in de leeftijd van vier weken tot twaalf weken. Deze socialisatie periode is een kritieke periode. In deze periode leert de hond tot welke soort hij behoort en dat er ook nog andere soorten bestaan. Dingen waaraan de hond in deze periode niet is gewend zal later veel moeite opleveren om de hond nog wel aan te wennen. In sommige situaties is dit zelfs onmogelijk.

Heeft de hond in deze periode bijvoorbeeld nooit mensen gezien, dan zal hij nooit aan mensen wennen en ze altijd wantrouwen. Ook als de hond bijvoorbeeld alleen maar een blonde vrouw heeft gezien in deze periode, zal de hond alle andere mensen wantrouwen. We spreken dan van een kennelsyndroom.

Bedenk ook dat de moeder van de pups een zeer belangrijke invloed heeft. Als de moederhond angstig is naar mensen of dieren, zal de pup dit als standaard gedrag overnemen.

Alles waar de hond in zijn leven mee te maken krijgt moet in deze periode dus vaak opgezocht worden. Denk hierbij ook aan nagels knippen en borstelen. Over het algemeen houden we aan dat honden in deze periode een bepaalde prikkel vijf keer moet meemaken om het als normaal te gaan beschouwen.


In deze fase wordt ook de bijtrem ontwikkeld. De pups spelen veel met elkaar en leren van elkaar wat pijn doet en hoe hard ze mogen bijten. Ze leren dit ook van hun moeder en eventuele andere volwassen soortgenoten. Ze leren ook wat ze moeten doen om een aanval te stoppen. Ze leren zich overgeven aan een meerdere en daarmee het bijten te stoppen. Ook zelf zullen ze direct hun aanval stoppen, ook bij spel, als de andere partij zich overgeeft. Volwassen reuen dienen trouwens vaak als hele leuke speelkameraden die spelenderwijs een goede opvoeding geven. Ook in wilde hondenroedels zijn het vaak reuen die een groot deel van de opvoeding op zich nemen.

Wolvenpups likken hier de mondhoeken van de moederwolf zodat zij voedsel opgeeft. Op deze manier eten de pups eerst iets wat verteerd voedsel voordat zij beginnen aan echt rauw vlees.

Het mondhoekenlikken zie je ook bij volwassen wolven en honden. Het is een teken van respect naar de wolf of hond wiens mondhoeken worden gelikt.


1.2.4 De secundaire socialisatieperiode

De secundaire socialisatieperiode vindt plaats vanaf de 12 weken tot de hond ongeveer een half jaar is. In deze periode is het belangrijk dat alles wat u wilt dat de hond gewoon blijft vinden, u blijft opzoeken. In deze periode bekrachtigt u al die dingen die u in de eerste socialisatiefase heeft ondernomen. In deze periode speelt ook de sociale binding met niet-soortgenoten een grote rol. Ook deze fase is daarom erg belangrijk.

Als de pup alleen de eerste twaalf weken is gesocialiseerd en u onderneemt daarna niets met de pup, dan kan de pup zelfs desocialiseren, oftewel weer schuwer worden voor dingen die hij niet vaak meemaakt. In deze fase hoeft u niet meer zo intensief alles op te zoeken, maar het is belangrijk dat u toch elke dag nog een beetje met de socialisatie bezig bent.

Ga ook nog regelmatig met de trein of bus en zoek regelmatig andere mensen, kinderen en dieren op. De eerste stap heeft u al gezet tijdens de eerste socialisatiefase, in deze fase rond u de socialisatie af.

Bedenk u ook dat uw hond nooit uitgeleerd is. Tijdens zijn eerste levensjaar maakt hij heel veel nieuwe dingen mee. Nieuwe dingen meemaken en zien vind uw hond normaal worden. Wordt uw hond wat ouder, dan maakt hij nog zelden nieuwe dingen mee en als hij dan dus wel eens iets nieuws meemaakt, zal hij hier ook extra van in de war zijn. Blijf dus altijd bezig met uw hond.

Een goed voorbeeld is vuurwerk. Jonge honden vinden het over het algemeen niet zo heel eng. Maar als de hond twee of drie jaar is, kan hij toch ineens bang worden voor vuurwerk. De hond heeft al een jaar lang niets nieuws meer meegemaakt. Elke dag is hetzelfde en alle mensen en dieren in de buurt kent hij al. Ineens breekt er ’s avonds een ontzettend lawaai uit en staan alle mensen die hij kent en vertrouwt op en zijn onrustig. Voor een hond een duidelijk teken dat er iets goed mis is!

Zoek daarom het hele jaar door vuurwerk op, oefen zelf of ga in de zomer bijvoorbeeld naar Scheveningen waar een aantal zondagavonden vuurwerk wordt afgestoken. Ook op Koninginnedag en Bevrijdingsdag is er vaak vuurwerk.

Tijdens de secundaire socialisatieperiode heeft de pup een verhoogd vermogen tot leren. Hier kunt u goed gebruik van maken door op cursus te gaan en de hond het gedrag te leren wat u graag van hem verlangt. Honden leren in deze periode alleen ook heel snel gedrag wat wij niet zo leuk vinden, maar de hond wel veel oplevert! Dit is dus ook iets waarop u goed moet letten.

Misschien wilt u uw hond later voor sport gebruiken of veel met hem ondernemen in een andere discipline. Om in te kunnen schatten of een hondje later snel zal leren of goed zal zijn in hondensport is een simpel apporteerspelletje een indicatie voor de latere bereidheid tot leren. Spelen met een pup van zeven weken met een voorwerp wat hij ook nog terug wil brengen is een goede indicator voor later leervermogen. Apporteerspelletjes zijn voor een pup heel erg leuk en zorgt voor een goede basis en binding met de baas.

In hoofdstuk 4 van dit boek leest u meer over socialisatie en vind u ook het socialisatieschema. Dit kunt u aanhouden bij het socialiseren van uw pup.


1.2.5 De hondenpubertijd

Hoe zekerder een hond is, hoe eerder hij in de pubertijd komt. Ook speelt het ras van de hond een rol. De pubertijd kan beginnen tussen de zes en de acht maanden oud. Meestal duurt de pubertijd niet langer dan een paar weken. Hoe heftiger de pubertijd, hoe korter hij vaak duurt. Een matige pubertijd duurt dan weer wat langer.

Kenmerkend voor deze periode is de ongehoorzaamheid van de hond. De hond wordt geslachtsrijp en gaat zijn eigen weg zoeken. Hij kan ineens weglopen, lijkt alle commando’s die vergeten te zijn en doet het liefst dingen die niet mogen.

Belangrijk tijdens deze periode is, dat u kalm blijft en veel leuke dingen met uw hond blijft doen. Deze fase gaat weer over! Probeer veel ongehoorzaam gedrag te voorkomen door de hond deze periode aangelijnd te houden. Vraag wat minder van hem of kies een lager niveau voor de oefeningen. Doe vooral veel leuke dingen met uw hond. Uw hond gaat helemaal op in de luchtjes van de buitenwereld. Zorg ook dat u in deze tijd de aller-leukste persoon blijft voor uw hond.

Juist tijdens deze periode is het belangrijk om cursus te volgen met uw hond. Als u op puppycursus bent geweest, ga dan verder met een basis- of vervolgcursus. Zo blijft u iedere week aandacht besteden aan de gehoorzaamheid. Alleen puppycursus is niet voldoende om een levenslang gehoorzame hond te houden. Begeleiding tijdens de pubertijd van uw hond is ook belangrijk. Een ander ziet vaak eerder wanneer u net even teveel vraagt aan uw hond en een hondentrainer ziet het verschil tussen gewoon niet willen luisteren en de hormonen die in de pubertijd een rol gaat spelen.

Meer lezen?
Schaf het hele boek aan en u kunt direct verder met lezen.

Leave a Reply